Wetenschappers te kort door de bocht

De vertaling door wetenschappers van een groot aantal onderzoeken naar de effecten van neonicotinoïden in de land- en tuinbouw, is te kort door de bocht, zegt LTO Nederland. De land- en tuinbouw heeft het gebruik van deze middelen sterk verminderd en waar alternatieven zijn met een gelijkwaardige of lagere milieubelasting, kiezen akkerbouwers en tuinders veelal voor die middelen. En in voor de bijen aantrekkelijke gewassen zijn de neonicotinoïden al jaren niet meer toegestaan.

26 februari 2018 kopte Trouw dat het gebruik van neonicotinoïden in de landbouw onnodig is. De landbouw zou rendabel kunnen produceren zonder deze middelen. LTO Nederland zet niet alleen in op minder en niet meer toepassen in bepaalde gewassen, maar heeft veel meer aandacht en energie voor innovatie en onderzoek. De toepassingen waar nog geen goede alternatieven voor zijn, hebben daarin prioriteit. Dat geldt voor een aantal toepassingen van de neonicotinoïden waar zaadbehandeling nu nog het milieuvriendelijkste alternatief is. Een verbod op gebruik van neonicotinoïden zal eerder leiden tot ongewenste ontwikkeling van een hogere inzet van middelen met een hogere milieulast.

Gewasschade
Het verzekeren tegen misoogsten is als alternatief gepresenteerd voor het gebruik van neonicotinoïden. Voor LTO Nederland is dat geen optie. Nederlandse tuinders en akkerbouwers kunnen zich als grote exporteur en leverancier van uitgangsmateriaal (zaden, knollen, etc.) geen misoogst veroorloven. Daarmee zou de internationale reputatie als betrouwbare handelspartner op het spel worden gezet. Zeker waar het gaat om pootaardappelen. Als hier de oogst mislukt omdat bepaalde middelen zijn verboden, heeft dat niet alleen effect in Nederland, maar ook direct voor de voedselproductie in ontwikkelingslanden. 

Zaadcoating
LTO Nederland heeft veel moeite met de vertaling van de conclusies. Die zijn veel te kort door de bocht, omdat het gebruik van neonicotinoïden als zaadcoating bijvoorbeeld in mais al enkele jaren is verboden. Dat geldt ook voor de meeste bovengrondse toepassingen van neonicotinoïden. De belangrijkste toepassingen betreft het gebruik van zaadcoating in gewassen die niet aantrekkelijk zijn voor bijen en andere bestuivers, zoals suikerbieten, uien, en bepaalde groentegewassen. 

Verzekeren
In het bewuste artikel in Trouw wordt ook gesproken over een collectief fonds of verzekering voor misoogsten. De vergelijking die de onderzoekers maken met Italië gaat niet op. In Nederland is het risico op aantasting door ritnaalden of andere bodemplagen, zoals de uien- of bietenvlieg, veel groter dan in Noordoost Italië. Ook de potentiële schade in eerder genoemde gewassen ligt hoger dan in mais. De financiële haalbaarheid van een verzekering valt dus te betwijfelen, stelt LTO Nederland.

Alternatieven
De wetenschappers benoemen alternatieve maatregelen of methoden. Een aantal van deze, zoals gebruik van de steriele insecten-techniek (mating disruption) en afdekking van fruitbomen met netten, zijn in Nederland praktijk. Andere genoemde maatregelen zijn nog niet praktijkrijp of praktisch niet toepasbaar in Nederland.

Teeltstrategie
Volgens LTO Nederland maken de onderzoekers een ernstige fout door te stellen dat profylactisch gebruik van neonicotinoïden op gespannen voet staat met de strategie van de geïntegreerde gewasbescherming. Geïntegreerde gewasbescherming is een teeltstrategie die bestaat uit een pakket aan maatregelen, met als doel een gezond gewas met een zo laag mogelijke milieubelasting. Preventie en niet-chemische maatregelen hebben daarbij de voorkeur. Neemt niet weg dat soms preventieve inzet van chemische gewasbescherming beter is voor het milieu is dan gebruik tijdens de groei van het gewas. Specifiek voor zaadcoating met neonicotinoïden blijkt dat alternatieven niet per sé een lager risicoprofiel hebben. In de Italiaanse studie is hier geen rekening mee gehouden.   

Ambities 2030
LTO Nederland streeft naar een volhoudbare teelt van gewassen waarin het gebruik van milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen sterk is teruggedrongen. Dat ligt vast in de ambitie Plantgezondheid 2030. Verdere doorontwikkeling en toepassing van geïntegreerde gewasbescherming speelt daarin een belangrijke rol. Terugdringing van de milieulast van de totale teelt staat daarbij voorop. De voortgang hierin zou erbij gebaat zijn als wetenschappers in hun onderzoek meer aandacht besteden aan het totale IPM systeem, in plaats van te focussen op individuele stoffen. 

 

26 februari 2018

BRON:
LTO Nederland
Naar boven