Wij houden graag het hoofd boven water

De zeespiegelstijging en de bodemdaling in de veenweidegebieden vormen in de komende decennia enorme risico’s voor onze economie. In november meldde het Planbureau voor de Leefomgeving dat de schade in het stedelijk gebied het grootst zal zijn. De schade aan onze infrastructuur loopt op tot 5 miljard euro in 2050, die aan huizen wordt tot dit jaar geschat op 16 miljard euro.

In het landelijk gebied zullen de extra kosten voor de waterschappen tot 2040 oplopen tot 200 miljoen euro volgens de berekeningen. De landbouw kan bodemdaling voorkomen door onder meer onderwaterdrainage. Daarmee wordt de helft van bodemdaling gevallen voorkomen, terwijl de opbrengst van de landbouw gelijk blijft.

Provincies en gemeenten willen tot 2020 investeren in aanpassingen van de waterhuishouding in het landelijk gebied voor, zoals nu bekend, 1 miljard euro. Het rijk zal hier dan wel een bijdrage naast moeten leggen.

Dit klinkt hoopvol, maar het rijk moet dan nog wel bereid zijn om deze duurzame investeringen door de lagere overheden te laten uitvoeren. Dat kan met de huidige wet- en regelgeving namelijk niet. Deze informatie kreeg ik tijdens een overleg van LTO Nederland met de Unie van Waterschappen eind vorige maand. 

Zowel de Unie van Waterschappen als gemeenten (VNG) en provincies (IPO) roepen het rijk op commitment te krijgen voor hun investeringen. Dit steunen wij vanuit LTO Nederland, want wij houden graag ons hoofd boven water.

De Tweede Kamerverkiezingen zijn nu achter de rug. Felicitaties voor de winnaars. Wij zijn pas tevreden als het nieuwe kabinet in ieder geval bovenstaande in acht neemt.

Jakob Bartelds
LTO Nederland Omgeving

18 maart 2017

BRON:
Jakob Bartelds
Naar boven