Boer blijft het beroep van de toekomst

Ik wil op deze plek ditmaal een Brabants probleem aansnijden, omdat wat zich nu afspeelt in mijn provincie symbool staat voor de manier waarop de politiek tegen de land- en tuinbouw aankijkt.

Het provinciebestuur (SP, PvdA, D66 en VVD) ontvouwde woensdag haar definitieve plannen voor de veehouderij. In een notendop: stallen voor koeien, varkens en kippen moeten niet in 2028 aan de scherpste milieueisen voldoen, maar al in 2022. Geen rekening houdend met het feit dat de Brabantse veehouderij de afgelopen decennia de uitstoot van ammoniak al met tientallen procenten verminderde. Daarnaast moeten bedrijven voor elke 10 vierkante meter nieuwe stal eerst elders in de provincie 11 vierkante meter oude stal slopen. De kosten zijn uiteraard voor de veehouder.

Deze stapeling van regels gaat leiden tot het voortijdig einde van vijfhonderd Brabantse veebedrijven. Honderden andere boerengezinnen komen onder de armoedegrens terecht. Zo’n beleid toont aan dat het politiek draagvlak voor intensieve vormen van land- en tuinbouw afkalft. Niet alleen in Brabant, maar in heel Nederland.

Duurzaamheid en volhoudbaarheid doen niet meer mee in de discussie, innovatie in de sector komt volledig tot stilstand. Onze volksvertegenwoordigers bedrijven liever symboolpolitiek: de veestapel moet kleiner, ongeacht de milieuwinst die de sector boekt.

Toch moeten we als boeren en tuinders blijven werken aan een volhoudbare land- en tuinbouw. Boeren hebben oplossingen en laten dat ook al zien! Juist nu moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en ons niet laten afleiden. Want ik blijf de diepe overtuiging houden: boer is hét beroep van de toekomst.

 

Hans Huijbers
LTO Duurzaam ondernemen

17 juni 2017

BRON:
Naar boven