Landbouwgrond?

De hoogte van de GLB-inkomenssteun hangt af van de hectares landbouwgrond die een boer of tuinder heeft. Hoe eenvoudig kan het zijn. Behalve als RVO plotseling laat weten, zoals leden ons melden, dat grond waarvan zij zeker dachten te weten dat het landbouwgrond is, natuurgrond blijkt te zijn. Immers, aldus RVO, dat staat in het provinciaal natuurgebiedsplan.

Het gaat om grond waarvan de provincie vindt dat deze natuur moet worden. Dan ontvangen ondernemers hiervoor geen inkomenssteun.

Dit is een kromme regeling. LTO vindt dat dit rechtgezet moet worden. Daarvoor staan meerdere wegen open.

In de nationale verordening bij het GLB staat dat natuurgronden die aan be-paalde natuurdoeltypen voldoen, niet tot landbouwgrond worden gerekend. Hiervoor kunnen logischerwijs geen landbouwbetalingsrechten worden geclaimd. Met uitzondering van de schrale graslanden.

Het ministerie van Economische Zaken doet er goed aan om het begrip landbouwgrond in de nationale GLB-verordening te verduidelijken. De Europese Commissie moet hier toestemming voor geven en dat vergt tijd.

Daarnaast zouden de provincies hun natuurgebiedsplannen aan de huidige positie van de gronden moeten aanpassen. Oftewel: de feitelijke situatie van landbouwgrond moet bepalend zijn. Als dat wordt gehonoreerd, dan lijkt de kwestie opgelost.

Van enkele ondernemers is de zaak al zo geëscaleerd dat de rechter eraan te pas moet komen. Ik vertrouw op een verstandig oordeel. Zo niet, dan moeten het ministerie en de provincies met elkaar aan de slag voor een echte oplossing. Boeren mogen niet de dupe zijn van een papieren werkelijkheid.

Jakob Bartelds
LTO Nederland Omgeving

08 juli 2017

BRON:
Naar boven