Klimaatverandering

‘Komende week Italiaanse toestanden, temperaturen boven de 40 graden’, kopte de Telegraaf deze week. Bij een lezing bleek het om een zeer kleine kans te gaan dat de temperatuur een dergelijke hoogte zou bereiken. Maar toch, warm en droog is het wel.

Zelf verwacht ik dat in Groningen komende week de wintertarweoogst begint. In het Zuiden zal men al een eind zijn opgeschoten. Toen ik ‘klein’ was begonnen we eind augustus, soms begin september. Op weerstation Eelde steeg de jaarsomregen van 700 millimeter ruim honderd jaar geleden, naar 900 millimeter gemiddeld in deze tijd. De hoeveelheid CO2 in de lucht is gestegen van 30 naar 40 delen per miljoen. Allemaal factoren die kunnen leiden tot hogere opbrengsten van de gewassen. Maar dan moet het wel af en toe regenen, natuurlijk.

Kortom: de klimaatverandering is geen toekomst, het gebeurt al. Vandaar dat internationaal afspraken zijn gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen sterk te reduceren. Voor de land- en tuinbouw betekent dit een reductie met 3,5 megaton CO2 op jaarbasis. De laatste weken is stevig onderhandeld over hoe we dit zouden moeten doen. Slimme kassen, minder veenoxidatie en minder methaanuitstoot in de veehouderij zijn de grootste uitdagingen. Veel projecten zijn al geformuleerd om deze doelen te halen.

Dit resultaat was een geweldige prestatie van onze onderhandelaars, vooral omdat van de milieukant steeds opnieuw werd geprobeerd om tot een vermindering van de (rund)veestapel te komen. Gelukkig is dit gekeerd, want elke koe minder in Nederland leidt tot meerdere koeien en dus meer C02-uitstoot in het buitenland, omdat ze daar niet zo efficiënt werken als de Nederlandse boer.

Marc Calon
voorzitter LTO Nederland

21 juli 2018

BRON:
Marc Calon
Naar boven