Bedrijfsleven, betaal mee ook eens mee!

Begin mei vertoefden mijn vrouw Mariëtte en ik een weekend op de Beekse Bergen. Niet alleen, maar samen met twee koeien en twee kalveren. Ieder jaar staan we met een groep mensen -die de veehouderij een warm hart toe draagt- op het Boerderijplein van Animal Event.

Animal Event is een evenement dat voornamelijk is gericht op liefhebbers van huisdieren. Het is een soort honden en katten knuffelfestijn, en sinds en jaar of acht is er ook een Boerderijplein. Onder het mom “als de burger niet bij ons komt, gaan wij naar de burger toe”.
Elk jaar laten we aan meer dan dertigduizend mensen zien hoe de koeien, varkens, kippen, geiten en andere boerderijdieren in Nederland gehouden worden, en hoe de voedselproductie in elkaar zit. Daar betrekken we ook onderwijsinstellingen bij, waarbij studenten uitleg geven en voedsel bereiden en uitserveren.
Onze aanwezigheid roept reacties op. Van ‘hee, die koe is warm en wat is ze groot’ tot ‘ik vind dat het kalf bij de moeder hoort’. Een mooie gelegenheid om het gesprek aan te gaan, en uit te leggen wat, hoe en waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Het is een vermoeiend weekend, maar het Boerderijplein wordt volgens enquêtes goed gewaardeerd en dus dragen we op deze manier bij aan een iets beter imago.
Negatieve berichtgeving
Toch voelt het soms ook als minder dan een druppel op een gloeiende plaat wanneer je kijkt naar de georganiseerde stortvloed van negatieve berichten over de agrarische sector die de wereld in geslingerd wordt. Iedere week heeft Radar, Zembla of RTL nieuws wel een “actualiteit” waar de Nederlandse burger toch zeker van op de hoogte moet zijn. Kalversterfte, megastallen, glyfosaat, geitenstop en ga zo maar door.
Deze berichten belanden bij burgers in de huiskamer met als boodschap dat dergelijke misstanden toch echt niet kunnen. En iedere keer wordt er een reactie verwacht én gegeven. Het blijft belangrijk om uitleg te geven en om deze boodschappen te nuanceren. Maar altijd is het reactief, anders gezegd: we beginnen met een 1-0 achterstand.
Agri NL
Nu hebben we in agrarisch Nederland sinds kort een club van organisaties, ondernemingen en coöperaties die op een aantal terreinen de land- en tuinbouwsector willen versterken. Deze club heet Agri NL; en misschien heb je er wel van gehoord. Nu dacht ik bij mezelf, als die club zich wil bewijzen dan zou zij kunnen beginnen met het verbeteren van het imago.
Want waarom zijn het altijd de belangenbehartigers, LTO, NAJK of NMV die steeds weer verantwoording over de sector moeten afleggen. Het lijkt erop dat de verwerkers van onze producten wegduiken als we weer eens negatief het nieuws halen. Maar in het verhelderen of nuanceren van negatieve nieuwsberichten zit toch ook zeker een keten belang. Wat mij betreft gaan we in de toekomst zo min mogelijk reacties geven op negatieve nieuwsitems en veel meer ons eigen verhaal vertellen.
Het belang van de keten
In het buitenland worden we gezien als de beste boeren en tuinders van de wereld, waarom in ons eigen land dan niet? Nu weet ik dat het verhaal vertellen geld kost, veel geld. Maar als we nu van de afnemende en toeleverende bedrijven, waaronder onze coöperaties, een geringe bijdrage vragen om een fonds te vullen dat zich bezighoudt met promotie dan kunnen we laten zien dat we ertoe doen!
Ik doe een voorstel: een honderdste procent van de omzet. Dat is 1 euro op 10.000 euro omzet van alle bedrijven en geeft een mooi bedrag om consumenten en burgers te tonen wat een geweldige sector de land- en tuinbouw in Nederland wel niet is. Van welke betekenis ze is voor de voedselvoorziening, economie, werkgelegenheid, leefbaarheid op onder andere het platteland. Het is niet alleen in het belang van de primaire sector dat dit verhaal verteld wordt. Het is het belang van de hele keten! Daar kan Agri NL zich bewijzen.
Het verhaal is goed en duidelijk: wij zijn gewoon de beste!
Wil Meulenbroeks
Voorzitter van LTO Melkveehouderij
 

23 mei 2019

BRON:
Wil Meulenbroeks
Naar boven