LTO Nederland reageert op evaluatie mestbeleid 2016 door PBL

"Het LTO mestbeleid is succesvol, maar doorgaan op de huidige weg is heilloos. De afgelopen decennia heeft de Nederlandse land- en tuinbouw forse stappen vooruit gezet in het terugdringen van de belasting van grond- en oppervlaktewater met fosfaat en stikstof. In het overgrote deel van het land wordt de Europese norm van maximaal vijftig milligram nitraat per liter in het bovenste grondwater gehaald. En ook in het oppervlaktewater dalen de concentraties stikstof en fosfaat, afkomstig van de agrarische sector", aldus Hans Huijbers portefeuillehouder Duurzaamheid bij LTO Nederland.

 

Volgens Huijbers is er desondanks nog veel werk aan de winkel. Hij concludeert dit bij het syntheserapport ‘Evaluatie Mestbeleid 2016’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat op 30 maart verscheen. chenen. Huijbers is .

 

Gebruiksnormen en DAW
Huijbers deelt de analyse van het PBL dat het huidige mestbeleid tegen grenzen aanloopt wanneer de overheid zou doorgaan met het verder aanscherpen van gebruiksnormen voor mest. “Vanaf nu is maatwerk nodig. Gerichte maatregelen in die gebieden waar grond- en oppervlaktewaternormen nog overschreden worden. Maatwerk dat nu al bijvoorbeeld geleverd wordt in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Daar werken boeren en waterschappen al enkele jaren lokaal samen aan schoner oppervlaktewater. Met succes. Op die voet moeten we doorgaan.” De portefeuillehouder ziet het rapport dan ook als een aansporing om het mestbeleid op een andere leest te schoeien. “We werken in de land- en tuinbouw toe naar een circulair productiesysteem, met de bodem als belangrijkste factor in de kringloop. Om die bodem goed te kunnen voeden, moet je hem ook op maat kunnen bemesten. Het vakmanschap van de boer, goed bodembeheer en het opbrengend vermogen van de grond moeten de vertrekpunten zijn van het mestbeleid in de komende jaren.”

 

Draagvlak
Huijbers constateert, net als het PBL, dat het draagvlak onder boeren voor het mestbeleid afkalft. “In delen van Nederland liggen stikstofgebruiksnormen al twintig procent onder het landbouwkundige optimum. Dat berokkent schade aan het draagvlak. Tot nu toe is altijd geredeneerd: hoe minder mest op het land, hoe schoner het water. Maar dat is oud denken. Ik denk nieuw: hoe hoger de opbrengst, hoe meer fosfaat en stikstof het gewas aan de bodem onttrekt. Die meststoffen kunnen vervolgens ook niet het grond- of oppervlaktewater verontreinigen.” Huijbers ziet het rapport ook als een stimulans tot nieuwe investeringen in mestverwerking. “Mestverwerking levert ons de producten waarmee we de bodem op maat kunnen bemesten.”

 

Bodem
Meer aandacht voor de bodem zal ook leiden tot een betere bodemstructuur, waardoor minder meststoffen afspoelen naar het oppervlaktewater en een hogere gehalte aan organische stof in de bodem, wat weer belangrijk is in de strijd tegen klimaatverandering. “Met het vastleggen van organische stof wordt óók CO2 vastgelegd. Ter illustratie: Nederland stoot jaarlijks 180 megaton CO2 uit. Wanneer we het organische stofgehalte van alle landbouwgrond in Nederland met een volle procent weten te verhogen, ligt die hoeveelheid CO2 in één klap vast. Onze sector heeft oplossingen in huis voor grote maatschappelijke vraagstukken. Maar het beleid moet ons die ruimte wel bieden.”

 

Lees hier  het rapport.

31 maart 2017

BRON:
Naar boven