Niet-melkleverende bedrijven alsnog volledig uit fosfaatreductieregeling

Melkveeregeling wordt complexer, maar doelstelling blijft in zicht

 

Na aanhoudende onrust onder rundveehouders met bedrijven die geen melk leveren wordt de fosfaatreductieregeling opnieuw aangepast. Niet-melkleverende bedrijven worden alsnog geheel vrijgesteld van de fosfaatreductieregeling. ‘Dit is een terechte keuze gezien de ontstane situatie. Hiermee wordt de uitvoering van de regeling voor de melkveehouderij ingewikkelder, maar de doelstelling en de haalbaarheid van de fosfaatreductie blijft onaangetast’, zegt Kees Romijn, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van LTO Nederland.

 

Wijzigingsvoorstel fosfaatreductieregeling

Staatssecretaris Martijn van Dam heeft woensdag 12 april 2017 opnieuw een wijzigingsvoorstel voor de fosfaatreductieregeling aangekondigd. In de beantwoording van vragen uit de Tweede Kamer geeft hij aan dat niet-melkleverende bedrijven geheel buiten de regeling worden gehouden. Daarmee is de regeling weer terug bij het vertrekpunt: de reductieregeling zoals die eind vorig jaar door ZuivelNL is gepresenteerd.

 

Vleesveebedrijven volledig buiten de regeling

De huidige voorstellen maken dat vleesveebedrijven nu volledig buiten de regeling komen te vallen. ‘Vleesveehouders werden in februari verrast door de regeling die hun onverwacht ernstig raakt in hun bedrijfsvoering en hebben er sindsdien voor gepleit om buiten de regeling te komen’, zegt Jos Bolk, voorzitter Vleesveehouderij van LTO Nederland. ‘De vleesveehouderij wilde buiten de regeling blijven, omdat wij als sector geen bijdrage geleverd hebben aan de overschrijding van het fosfaatplafond. De staatssecretaris heeft gehoor gegeven aan de bezwaren van deze bedrijven. Deze bedrijven kunnen nu weer verder met hun dagelijkse bedrijfsvoering en worden nu niet meer benadeeld door de fosfaatreductie in de melkveehouderij. De onrust die veroorzaakt werd zal door de aanpassing in de regeling afnemen.’ Ook Wim Thus, voorzitter vakgroep Vleeskalveren, heeft kennis genomen van deze nieuwe wijziging. ‘We hebben net met EZ afspraken gemaakt over hoe om te gaan met gemengde bedrijven die vleeskalveren en melkvee houden. Ik reken erop dat de uitwerking van deze afspraken gewoon blijft staan.’

 

Fosfaatreductie in 2017 voor derogatie 2018

Ondanks alle wijzigingen blijft het doel van de fosfaatreductieregeling recht overeind: voldoen aan het fosfaatproductieplafond in 2017 zodat in 2018 fosfaatrechten kunnen worden ingevoerd. ‘De eerste effecten van de regeling zijn in de praktijk te zien. De melkveestapel is nu al met bijna 100.000 GVE’s gedaald. Alleen als we in 2017 onder het fosfaatproductieplafond van de EU komen is behoud van de derogatie voor 2018 en daarna in zicht. En dat is niet alleen van belang voor de melkveehouderij, maar voor alle dierlijke sectoren’, zegt Kees Romijn. ‘Onze inzet blijft om de derogatie voor Nederland te behouden. En dit blijft een inspanning en verantwoordelijkheid van alle melkveehouders vragen. We willen dat dit slaagt voor de melkveehouderij in Nederland, anders is alle inzet voor niets geweest.’ Dezelfde inzet en verantwoordelijkheid vraagt LTO Nederland ook van het ministerie van Economische Zaken en de uitvoerende instanties.

 

Invulling wijziging nog onduidelijk

Hoe deze wijziging ingevuld zal worden in de regeling zal de komende weken duidelijk worden.

Voor meer informatie zie ook de beantwoording van Van Dam over het fosfaatreductieplan

12 april 2017

BRON:
Djura Hoeksma
Naar boven