Duidelijkheid voor vleesveehouders over fosfaatrechten

Het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft bekend gemaakt dat vleesveehouders later nog dit jaar een vrijstelling kunnen aanvragen om dieren te houden zonder fosfaatrechten (in 2018). Ook de definitie van ‘jongvee voor vleesvee’ is nu duidelijker.

Aan de vrijstellingsregeling voor vleesvee is maandenlange intensieve discussie voorafgegaan. De regeling komt er in de kern op neer dat het mogelijk is om zonder fosfaatrechten toch vleesvee te houden. Dat betekent dat vleesveehouders in hun bedrijfsvoering- en bedrijfsontwikkeling niet meer beperkt worden door fosfaatrechten. De regeling is gebaseerd op vrijwilligheid. Vleeshouders die voor 2018 al aan deze regeling willen meedoen, dienen zich in de periode tussen 15 oktober 2018 en 1 november 2018 te melden bij RVO. “Het gaat toekomstperspectief voor vleesveehouders”, zegt voorzitter Wouter Hartendorf van LTO Vleesveehouderij. “Daar dragen deze besluiten van LNV aan bij. Ik ben er blij mee.”
 
Voorwaarden
Aan de vrijstelling zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo dienen de rechten die vleesveehouders eerder dit jaar hebben gekregen te worden ingeleverd. Verder zijn scherpe eisen opgenomen in de regeling om misbruik te voorkomen. Zo kunnen bijvoorbeeld bedrijven die melkvee en vleesvee combineren niet deelnemen aan de regeling en mag het jongvee dat op vleesveebedrijven wordt gehouden nooit naar melkveebedrijven worden afgevoerd. De vleesveehouder is en blijft verantwoordelijk voor het juist omgaan met deze eisen.

Ook wordt via de vrijstellingsregeling paal en perk gesteld aan constructies die tot doel hebben regels te omzeilen. Ondernemers die eerst de rechten verkopen en daarna een nieuw vleesveebedrijf starten en van de vrijstelling gebruik willen maken, krijgen geen kans met deze nieuwe regels. “Ik wil benadrukken dat de regeling vrijwillig is. Vleesveehouders kunnen dus ook kiezen om hun rechten te houden, maar zij dienen dan wel voldoende fosfaatrechten te hebben voor het jongvee dat daaronder valt”, zegt Hartendorf.   

Beleidsregel
Tegelijk met de vrijstellingsregeling is ook een beleidsregel gepubliceerd. Hierin wordt de definitie van ‘jongvee voor vleesvee’ nader uitgelegd. In de beleidsregel wordt een zoogkoe omschreven als: ‘koe, niet zijnde melk- of kalfkoe, die tenminste eenmaal heeft gekalfd en wordt gehouden voor de productie van een of meer kalveren voor de vleesveehouderij’. Dat betekent dat voor jongvee dat bedoeld is om zoogkoe te worden wel fosfaatrechten nodig zijn, als veehouders geen gebruik maken van de boven genoemde vrijstellingsregeling.

Kunnen kiezen
Hartendorf is blij met de uitkomst van de discussie met LNV. “Uiteraard was het beter geweest als we niet in deze situatie waren beland. Vleesvee is immers geen melkvee en om de vleesveesector te begrenzen zijn geen fosfaatrechten nodig. Wat we nu doen is een soort correctie. De vleesveehouderij is onterecht betrokken bij de introductie van het fosfaatrechtenstelsel. We hebben hard moeten knokken om de vrijstellingsregeling voor elkaar te krijgen. Het is goed dat vleesveehouders nu kunnen kiezen. Ik roep de leden op goed na te denken over hun keuze en zo nodig in oktober concreet actie te ondernemen”, besluit Hartendorf.

Lees verder de Kamerbrief

18 juli 2018

BRON:
LTO Nederland
Naar boven