Herstel biodiversiteit welbegrepen eigen belang

Natuur-inclusieve landbouw wordt door veel partijen omarmd. Het is een positief frame, maar zegt nog niet zoveel. Als we als LTO bestuurders daarover doorpraten met onze bondgenoten, dan komen we tot verschillende definities. Wij zijn van mening dat landbouw altijd natuur inclusief is en draaien het om: natuur met een divers potentieel voor landbouwkundige activiteiten.

Essay van Ingrid van Huizen en Hans Huijbers

Wij hebben als boeren en tuinders afgelopen decennia op een efficiënte wijze voedsel en grondstoffen geproduceerd. Een ontwikkeling die ondersteund is door de wetenschap en stevig gestimuleerd is door overheden. Daar zijn we wereldwijd om gewaardeerd en geprezen. Van heinde en verre komen beleidsmakers, bestuurders, collega-boeren en tuinders kijken hoe wij het doen, wat ons kunstje is. En dan kunnen wij zeggen dat het geen kunstje is, maar het is vakmanschap dat gebaseerd is op kennis, binding met grond en omgeving, ervaring en innovatie.  
Zijn wij ‘doorgeschoten’, hebben we geen oog voor wat er om ons heen en op onze bedrijven gebeurt? We krijgen nog weleens de verwijten dat wij met onze rug naar de samenleving en internationale ontwikkelingen staan en niet weten wat er aan de hand is in de wereld om ons heen. Dat zijn fabels. We weten heel goed wat er gaande is, maar kunnen soms simpelweg niet het tempo hanteren   die partijen om ons heen vragen en soms zelfs eisen en vast gelegd willen zien.
Boeren en tuinders zijn op hun best als je hen heldere, ambitieuze doelen meegeeft, daar een realistische termijn aan verbindt en hen zelf de oplossing laat bedenken. Dan wordt de verandering direct ingevoerd en komt de motivatie van binnenuit. Opleggen en het tempo opschroeven en hooghouden, werkt eerder averechts. Wij maken stap voor stap de omslag van een productiewijze met relatief veel kunstmest, fossiele energie, chemische gewasbescherming en intensieve bouwplannen, naar teeltmethoden en gewassen met minder input van externe hulpstoffen en met meer benutten van natuurlijke processen en natuurlijke productiemiddelen. Maar dat is niet van vandaag op morgen gerealiseerd.

Het besef dringt door, en in de aard van boer, tuinder is dat eigenlijk geen nieuws, dat we zuinig moeten zijn op de grond, op de genetische variëteit van het uitgangsmateriaal en dat het landschap niet alleen een cultuurhistorische- en recreatieve waarde heeft, maar ook invloed heeft op wat boeren en tuinders moeten doen of juist moeten laten voor een goede oogst. We beseffen na de lange droge- en hete zomer van 2018 dat de land- en tuinbouw kwetsbaar is als we geen of veel te weinig water hebben van (zoete)kwaliteit. Het is een uitdaging om én de productie op peil te houden én met innovaties en aanpassingen van het waterbeheer om scenario’s als de afgelopen zomer het hoofd te kunnen bieden.

Ambities
We hebben als boeren en tuinders ambities om de gevolgen van de klimaatverandering én de wensen van markt en maatschappij in één strategie om te zetten, die van verduurzamen van onze bedrijfsvoering, met de focus op herstel en verbetering van de biodiversiteit! Niet opgelegd en afgedwongen, maar vanuit een welbegrepen eigen belang opgepakt en uitgevoerd. Anders gezegd, het gaat om weerbare gewassen die tegen een ‘klimaatstootje’ kunnen, veel minder (gewas)bescherming nodig hebben, die groeien op vruchtbare grond, waar te veel water geen direct probleem is en in droge periodes de grond langer water vast kan houden. En dat alles in een voor boer, tuinder (en flora en fauna) aantrekkelijk landschap. We streven samenhang en integraliteit van beleid na. Naar ons idee leent het thema ‘herstel biodiversiteit’ zich goed als ‘kapstok’ voor veel ander beleid: klimaat, mest, natuur, water, landschap, leefbaarheid, ecosysteemdiensten, etc.  

Natuur-inclusief
Afgelopen jaren is het begrip natuur-inclusieve landbouw geïntroduceerd en door veel partijen omarmd. Het is een positief frame, maar zegt nog niet zoveel. Als we daarover doorpraten met onze bondgenoten, dan komen we tot verschillende definities. Het wordt nog complexer als we de bijbehorende ambities met elkaar bespreken. Wij zijn van mening dat landbouw altijd natuur inclusief is en draaien het om: natuur met een divers potentieel voor landbouwkundige activiteiten.

In de maatschappij zien we voorzichtige trends bij retail en consumenten naar meer aandacht voor kwaliteit en ‘natuur-inclusief’. Het lijkt het nieuwe toverwoord te zijn van beleidsmakers en politici: natuur-inclusief. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Natuur-inclusieve landbouw wordt te vaak gezien als een statisch begrip. Wij zien het als een richting om boerenbedrijven meer ecologisch robuust te krijgen. Van de Wageningen Universiteit geleend: ‘Kern (…) is dat de landbouw wordt bedreven als werken aan én in een levend ecosysteem en niet als een voedselfabriek. Natuur-inclusieve landbouw moet leiden naar een landbouw die hoogwaardig en veilig voedsel oplevert, die het milieu minder belast én zorgt voor verbetering van biodiversiteit op het boerenland én de belevingswaarde van het agrarisch landschap verhoogt.’  

Wij wagen ons in dit essay niet aan het afgrenzen van definities en kunnen met de beschrijving van de WUR uit de voeten. Het gaat ons om de beweging op gang brengen die boeren en tuinders past én tegelijkertijd maatschappelijke doelen realiseert. We staan open om afspraken te maken over herstel en verbetering van de biodiversiteit en die mogen best uitdagend en scherp zijn, maar dan vooral om energie te zetten op een proces dat aansluit bij wat boeren en tuinders nu al doen en al eeuwen deden, maar die zij soms opnieuw (moeten) uitvinden.  Dus wij spreken over herstel en verbetering van de biodiversiteit in   de reguliere bedrijfsontwikkeling. Dat maakt de maatschappelijke druk en – opdracht behapbaar en uitdagend.

Combineren
Werken aan biodiversiteit is in onze optiek geen afvinklijstje met doelsoorten. De terugkeer van rode lijst soorten, zeldzame planten en - kruiden, is hooguit een indicatie voor verbetering van de leefomgeving en daarmee een waardering voor de activiteiten van boer en tuinder. Meer vlinders en vogels in agrarisch gebied is wat ons betreft geen doel op zich, maar vooral een resultante van de inspanningen van boeren en tuinders. Als we, overheden, stakeholders, erfbetreders, de snaar weten te raken dat boeren en tuinders het welbegrepen eigen belangweten te combineren met maatschappelijke doelen, zijn we op de goede weg.
We zien dat de beweging in de politiek, de markt en de maatschappij bepaald wordt door ‘een gevoel dat het anders moet’, ‘het gevoel dat grootschalig efficiënt niet goed is’. Daarmee lijkt in de samenleving een zekere hang naar authentiek, kleinschalig en biologisch te ontstaan. Vooralsnog bij beleidsmakers en politici, Ngo’s en columnisten wordt ‘het gevoel van’ tot waarheid, beleidsuitgangspunt en ‘als enige perspectief gepresenteerd’. De perceptie is een frame.

Omdenken
Hoe het ook zij, deze maatschappelijke ontwikkelingen markeren de omslag die we zelf ook willen maken van kwantiteit (van grond naar mond) naar toegevoegde waarde (van mond naar grond). We delen de analyses dat de biodiversiteit afneemt. We zien terugloop in soorten en aantallen planten, dieren, insecten en bodemleven. En dat heeft hier en daar ook al effect op het opbrengend vermogen van de grond en raakt daarmee direct de bedrijfsvoering.   De voortgaande verstedelijking, de versnippering van het landelijk gebied, het ontbreken van voldoende verbindingsmogelijkheden voor dieren in de natuur, slechtere lucht, bodem- en waterkwaliteit, intensief landgebruik, etc. dragen bij aan de afname van de biodiversiteit.
We kunnen en we willen niet wegkijken en de afname van de biodiversiteit bagatelliseren. Zoals gezegd ook op boerenbedrijven is dit aan de hand. Dat is best te verklaren uit het beleid van de afgelopen vijftig jaar, maar dat brengt ons op dit moment niet verder. Wat we moeten vaststellen is dat we de ecologie misschien wel hebben verwaarloosd, omdat het geen economische waarde heeft. Daar moet verandering in komen. Ecologie moet een economische waarde krijgen, zodat boeren en tuinders dat in kunnen passen in hun boekhouding en balans.

Functionele agrobiodiversiteit
Boeren zijn dus niet tegen biodiversiteit, sterker nog, zij zien op de eerste plaats het belang voor de continuïteit van hun eigen bedrijf. De functionele agrobiodiversiteit zien wij als een regulier onderdeel van het bedrijfsmanagement. Dat onderdeel willen we versterken.
We hebben ambities en programma’s geformuleerd met als doel minder chemie te gebruiken, we werken aan een meer circulaire landbouw door het sluiten van kringlopen, we werken aan schoon water en we verhogen het organisch stofgehalte in de bodem. Vooral de bodem heeft prioriteit. De bodem is immers de basis voor alle biodiversiteit zowel in de bodem als boven de grond en is cruciaal voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw. Dat bij elkaar is al een substantiële bijdrage aan herstel van de biodiversiteit.
Voor de komende jaren willen we een volgende stap zetten. Naast de functionele agrobiodiversiteit, kunnen boeren en tuinders ook (nieuwe) biodiversiteit produceren. Herstel en verhogen van de biodiversiteit kunnen we niet alleen en niet zonder ook naar het verdienmodel van de Nederlandse land- en tuinbouw te kijken. Het vraagstuk is breder dan het aanpassen van de bedrijfsvoering. Het vraagstuk raakt de hele keten en raakt ook de verdienmodellen van onder meer de banken en erfbetreders.
Boeren en tuinders zijn al actief in herstel en verbetering van de biodiversiteit. Er zijn twee opbouwende strategieën: vanuit een intrinsieke motivatie (voor de volgende generatie) en als een nieuw verdienmodel door extra biodiversiteit te produceren (ecosysteemdiensten). 

Volgende generatie
‘We doen het voor de volgende generatie’ is het krachtigste argument om boeren en tuinders mee te krijgen. Het bedrijf beter kunnen doorgeven aan de opvolger, is een sterke intrinsieke motivatie. Inzet is het minimaliseren van negatieve effecten van de gangbare manier van produceren en maximaliseren van de positieve effecten door meer aandacht te hebben voor natuurlijke processen. Het is een direct belang voor de continuïteit van het bedrijf dat boeren en tuinders inzetten op een gezonde en vruchtbare bodem, schoon water in de sloot en diepere grondwater, sterke gewassen die tegen een ‘klimaatstootje’ kunnen en een aantrekkelijk landschap voor de boer zelf, maar ook voor de fauna.
Door de natuurlijke processen beter te benutten wordt niet alleen aan de biodiversiteit een positieve impuls gegeven, het is ook een besparing op de bedrijfskosten (minder chemie bijvoorbeeld) en daarmee heeft werken aan biodiversiteit een positief effect op het inkomen. De functionele agrobiodiversiteit zal een regulier onderdeel worden van het bedrijfsmanagement. De effectiviteit van deze maatregelen neemt toe naarmate meer synergie mogelijk is met andere belangrijke doelen, zoals kwaliteit van het water en het klimaatbeleid. 

Maatschappelijke druk
De druk vanuit de maatschappij, die we overigens niet moeten overschatten, naar meer kwaliteit en kleinschalig schampt de discussie over land- en tuinbouw en biodiversiteit. Kijkend door de oogharen is met een beetje fantasie deze discussie een discussie over een andere land- en tuinbouw. Nederlandse boeren en tuinders hebben in samenspraak met hun afnemers altijd gereageerd op wat de vraag van burgers en consument is. En als die vragen zich ontwikkelen richting een andere land- en tuinbouw, dan worden voor ons twee vragen actueel: hoe groot en manifest is deze ontwikkeling én is de consument daadwerkelijk bereid hiervoor te betalen?  
In de markt zijn inmiddels verschillende initiatieven voor verbetering van de duurzaamheid, met meer of minder concrete doelen op onderdelen van de bedrijfsvoering, die beloond worden met een meerprijs. In die situaties is sprake van een verdienmodel, maar hoe sterk is dit model? Het gaat primair om stimulering vanuit de kwaliteitssystemen van de ketenpartijen, behoud van de markt en biodiversiteit is eerder een bijvangst dan een hoofddoel. Tot nu toe zijn weinig voorbeelden bekend waar de investering in biodiversiteit wordt beloond. De biologische landbouw is goed beschouwd misschien wel het enige grootschalige voorbeeld van hoe biodiversiteit vermarkt kan worden.

Neemt niet weg dat wij willen inzetten om deze beweging (marktgeoriënteerd werken aan biodiversiteit) te versnellen. Belangrijk daarbij is dat de retailers meedoen en de extra eisen opnemen in hun inkoopvoorwaarden en uiteindelijk ook serieus gaan belonen, zodat voor boer en tuinder een langjarig positief perspectief ontstaat. Verantwoorde handelspraktijken zijn van belang, evenals het naleven van afspraken bij meerprijzen en daadwerkelijke compensatie van een hogere kostprijs voor herstel van biodiversiteit zijn cruciaal om boer en tuinder mee te krijgen. 
Wij gaan ons inspannen dat banken inzetten op lagere rentepercentages voor investeringen ten behoeve van een duurzaamheidskeurmerk en investeringen voor natuur en landschap (lees biodiversiteit). Als banken dit doen, zien wij dit als steuntje in de rug voor de koplopers in de sector. Met fiscale regelingen kan de overheid boeren en tuinders stimuleren te werken   aan herstel en verbetering van de biodiversiteit.

Op dit moment krijgen terrein beherende organisaties (TBO) bij beheer van natuurgronden een lagere waterschapheffing. Dit is vast gelegd in het waterschapstelsel. Wij zijn voor een verbreding van deze systematiek en zijn voor inzet van dit systeem voor gronden die door boeren en tuinders worden beheerd met herstel en verbetering van de biodiversiteit als doelstelling. Dit zou dan ook moeten gelden voor gronden buiten het NatuurNetwerk. 
Het zou goed zijn als de beweging die wij voor ogen hebben, wordt ondersteund voor de erfbetreders. Denk aan de dierenarts, voerleverancier, bemestings- en gewasbeschermingsadviseurs. Een beweging opgang brengen en versnellen is gebaat bij zoveel mogelijk één geluid.

Extra biodiversiteit
We trekken geen grote broek aan als we stellen dat boeren en tuinders op hun grond ook (extra) biodiversiteit kunnen produceren. We hebben het dan over ecosysteemdiensten. We gebruiken hier een beschrijving van Wageningen Universiteit: ‘Ecosysteemdiensten zijn diensten die door een ecosysteem aan mensen worden geleverd. Het kan gaan om het verstrekken van een product (bijvoorbeeld drinkwater), een regulerende dienst (bijvoorbeeld bestuiving van gewassen), een culturele dienst (bijvoorbeeld gelegenheid geven tot recreatie) of een dienst die de voorgaande diensten ondersteunt (bijvoorbeeld de kringloop van nutriënten in een ecosysteem). Als de maatschappij meer biodiversiteit wil, dan kan de land- en tuinbouw dat produceren, maar dan moet de ecologie wel economisch gewaardeerd worden. Dus geld van overheden via bijvoorbeeld het EU-landbouwbeleid, via het winkelschap door consumenten, via toeristenbelasting of misschien zelfs via een landelijk fonds waar burgers lid van kunnen worden. In de praktijk zien we dat de beschikbare vergoedingen voor ecosysteemdiensten ontoereikend zijn en door de markt nog nauwelijks betaald worden. Omdat het naar verwachting nog een lange tijd gaat duren voor de extra productiekosten worden vergoed, vinden wij dat een overbrugging nodig is.

Voor de overbrugging van deze periode pleiten wij voor extra prikkels vanuit de overheid. Dit kan gaan om nationale- en provinciale geldstromen (POP3, topsectoren, MKB-innovatie) en het beschikbaar stellen van overheidsgronden enkel aan boeren en tuinders die voldoen aan een bepaalde ondergrens.
Ook fiscale regelingen kunnen bijdragen om boeren en tuinders te stimuleren. Maar om fiscale stimulering goed te laten werken is fiscale winst nodig op een bedrijf. In de huidige tijd draaien bedrijven niet veel fiscale winst en is het voordeel voor hen miniem. 

Er speelt nog een ander dilemma als het gaat over herstel en verbetering van biodiversiteit. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met fauna in relatie tot schade aan land- en tuinbouwgewassen? Denk aan situaties waar vossen weidevogels opeten. Of ganzen die dermate veel gras vreten dat koeien veel later de wei in kunnen. Jaarlijks wordt ongeveer €80 miljoen gemeld aan schade. We zouden nog meer onderzoek moeten doen naar de effecten van inrichtingsmaatregelen met als doel faunaschade aan gewassen te verlagen. Gebiedsgericht, want elk gebied is anders. Met beter ontwikkelde kennis kunnen gerichter inrichtingsmaatregelen genomen worden. Denk bijvoorbeeld aan kavelruil. Dit leidt tot minder schade aan landbouwgewassen. 

Productie van (nieuwe) biodiversiteit is niet voorbehouden aan een bepaald type bedrijf. Het zal eerder afhangen van de omgeving, de motivatie en kennis van boer, tuinder. In principe kan elk bedrijf op zijn eigen niveau en zijn eigen initiatief een extra bijdrage leveren. Het is altijd een kwestie van intrinsieke motivatie (volgende generatie, verlagen van bedrijfskosten) en de kansen benutten om er een boterham mee te verdienen (verdienmodel). Laten we hier vaststellen dat er nog onvoldoende mogelijkheden zijn voor boeren en tuinders.
Het is onze ambitie dat alle boeren en tuinders op basis van expertise, type bedrijf en de samenwerking met lokale partners, in hun eigen omgeving, een keuze kunnen maken uit verschillende inspanningen die bijdragen aan herstel en verbetering van de biodiversiteit.   

Onmisbaar
Wij geloven in bondgenootschap en brede coalities, zoals de agrarisch natuurverenigingen en – collectieven en de 20 organisaties waarmee we werken aan een plan voor herstel van de biodiversiteit. Moet het een Deltaplan worden? Projecten zodat meer grutto's en leeuweriken in het boerenland broeden en we meer gebiedjes insectvriendelijk inrichten voor bijen? Boerengrond omzetten in plas-dras natuur en dus minder grond voor voedselproductie? Voor ons is het antwoord simpel. Boeren hebben een zeer verantwoordelijke rol in de samenleving en naar hun familie, voorgangers en opvolgers.

We gaan uit van het standpunt dat ondernemerschap helpt om sneller te kunnen anticiperen op een veranderende wereld. Biodiversiteit is belangrijk voor iedereen, maar veel van de geschetste maatschappelijke doelstellingen vallen op het erf neer. We durven hier de stelling aan dat voor herstel en verbetering van de biodiversiteit boeren en tuinders onmisbaar zijn, maar dat brengt enerzijds een grote verantwoordelijkheid met zich mee, anderzijds kunnen overheden, bedrijfsleven, consumenten niet wegkijken en de opgave éénzijdig bij de land- en tuinbouw neerleggen zonder een adequate- en eerlijke vergoeding. Het is aan alle stakeholders om de komende tijd een goed antwoord te vinden op de vraag hoe we ecologie een economische waarde geven.

Want de land- en tuinbouw is onmisbaar voor:
* de bestuiving en gezondheid van gewassen, voor een gezonde bodem, een efficiënte benutting nutriënten, bieden van beschutting, sluiten van kringlopen, grondstoffen voor de circulaire bio-economie, etc.
*  biotopen, de productie van biodiversiteit, de extra inzet voor beheer ten behoeve van en het creëren van biotopen voor flora en fauna.
* de samenleving, voor de voedselzekerheid van in de toekomst, voor de leefbaarheid en de sociale functie van agrarische bedrijven in plattelandsgemeenten
* recreatie, immers een aantrekkelijke gevarieerde landschappen trekken mensen
* wonen, immers aantrekkelijke gevarieerde landschappen zijn van toegevoegde waarde voor de woonomgeving en vestigingsklimaat van bedrijven
* voor welvaart en welzijn en de economie van Nederland.

Oproep
Wij doen een oproep om samen gedeelde ambities te formuleren en samen op te trekken in de realisatie van deze ambities. Voor de transitie is een samenwerking nodig met opleidingsinstituten, overheden, gebiedsgerichte organisaties. Wij doen ook een dringende oproep aan consumenten en ketenpartners om ook een economische waarde toe te kennen aan biodiversiteit. Alleen dan realiseren boeren en tuinders samen een duurzaam voedselsysteem met respect voor natuur en landschap. Zó werken boeren en tuinders aan herstel en verbetering van de biodiversiteit in hun eigen belang en dat van de maatschappij en de generaties na ons.

Hans Huijbers (voorzitter ZLTO, bestuurder LTO Nederland)

Ingrid van Huizen (LTO Nederland portefeuille Natuur en Landschap) 

26 september 2018

BRON:
Ingrid van Huizen, Hans Huijbers
Naar boven