Uiteindelijke EU-Mercosur handelsverdrag moet fair zijn

 

Dit bericht is op 2 juli bijgewerkt.

LTO is vóór eerlijke en faire handelsverdragen, waarbij er sprake is van gelijke standaarden binnen en buiten Europa en adequate bescherming van sectoren die op kostprijs kwetsbaar zijn. Dat geldt ook voor het EU-akkoord met de vier Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, met samen 263 miljoen inwoners). EU-lidstaten en Europees Parlement moeten hierover de komende tijd hun standpunt nog gaan innemen. 

De Europese landbouworganisatie COPA-COGECA maakt mede namens LTO bezwaar tegen de grote haast waarmee de Europese Commissie en de Mercosur-landen een deal hebben gesloten, vlak voor het einde van het mandaat van deze Commissie op 31 oktober 2019. Er moet rekening worden gehouden met de gevoelige belangen van de vlees- en akkerbouwsectoren. Die mogen niet opgeofferd worden ten gunste van andere sectoren, zoals de automobielindustrie, chemie en farmaceutische industrie. Producten die naar Europa komen, moeten voldoen aan de EU-kwaliteitseisen (veiligheid, plant- en diergezondheid). Dat dient ook adequaat gecontroleerd te worden.
Samenvatting EU-Mercosur handelsdeal
De Europese Commissie heeft een tekst gepubliceerd:
Dit zal de komende tijd op de agenda komen van de vergadering van EU-handelsministers en het Europees Parlement. Die moeten er mee instemmen. Mogelijk gaan ook de nationale en, in sommige gevallen, regionale parlementen in de lidstaten stemmen. De ratificatie kan nog jaren in beslag nemen.
Overeengekomen zou zijn dat Mercosur geen importtarieven meer heft op 91% van de EU-exportproducten. De EU annuleert importtarieven op 92% van de Mercosur-exportproducten.
Een belangrijk onderdeel is de bescherming van landbouwsectoren die vanwege de strengere Europese eisen en hogere sociale standaarden (lonen) niet goed kunnen concurreren met de landen in Zuid-Amerika. Voor deze sectoren zal geen sprake zijn van vrijhandel. In plaats daarvan worden er ‘contingenten’ vastgesteld waarvoor een nul- of verlaagd importtarief geldt. Boven het vastgestelde volume geldt nog steeds het huidige importtarief.
Wat weten we over de omvang van de toegekende contingenten:
-                      Pluimveevlees inclusief kalkoenvlees: 180.000 ton tegen een nultarief, verdeeld over 50% met been / 50% zonder been. Overgangstermijn zes jaar. Ter vergelijking: de EU-pluimveevleesproductie is 15 miljoen ton, de Nederlandse productie is 1,1 miljoen ton.
-                      Eieren: Argentinië krijgt nieuwe contingenten voor 6000 ton ei-equivalenten, namelijk 50% albumin (ei-proteïne) en 50% eidooiers. De EU-export was in 2018 219.000 ton, de EU-import 27.000 ton. De EU-productie was in 2018 6,6 miljoen ton, de Nederlandse 625.000 ton.
-                      Rundvlees: de EU geeft Mercosur een contingent van 99.000 ton tegen een importtarief van 7,5%. Hiervan 55% vers/gekoeld en 45% bevroren. Overgangstermijn zes jaar. Ter vergelijking: de totale EU-productie bedraagt 8 miljoen ton.
-                      Varkensvlees: 25.000 ton ractopamine-vrij vlees tegen nu 12.000 ton. Importtarief: € 83 per ton. Overgangstermijn zes jaar. Varkensvlees is kennelijk geen prioriteit voor de Mercosur-landen. De EU-productie is 24 miljoen ton en de EU exporteert op dit moment 20.000 ton per jaar naar de Mercosur-landen. De EU krijgt volgens de bereikte deal tarief-vrije toegang.
-                      Suiker: de EU-bod geeft Brazilië een contingent van 180.000 ton tegen nultarief, (nu 98 euro per ton importtarief) in te voeren in vijf jaar. Paraguay krijgt een contingent van 10.000 ton. De EU-productie is ruim 18 miljoen ton.
-                      Bio-ethanol: de EU biedt 450.000 ton voor de chemische industrie en 200.000 ton voor ander gebruik tegen een verlaagd (een derde) importtarief. Overgangstermijn zes jaar. 
-                      Honing: de EU biedt een importcontingent van 45.000 ton tegen nultarief. In te voeren gedurende zes jaar.
-                      Zuivel: Mercosur biedt de EU een verruiming van tariefvrije contingenten: 30.000 ton kaas, 10.000 ton melkpoeders en 5.000 ton babymelkpoeder. Het huidige importtarief is 28%. Invoerperiode 10 jaar. De EU-kaasproductie is ongeveer 8 miljoen ton.
-                      Aardappelproducten inclusief diepvries, appels en peren: volledige liberalisatie op het moment dat de overeenkomst van kracht wordt.
Vanaf het moment dat het akkoord in werking treedt, wat nog enkele jaren kan duren, geldt voor de meeste producten met afgesproken contingenten een overgangstermijn van 5-9 jaren.
EU-Commissaris Phil Hogan heeft bekend gemaakt dat er een steunfonds van 1 miljard euro komt voor sectoren die als gevolg van de deal in de knel komen. Verdere details ontbreken nog.
Hogan wijst ook op de erkenning van 357 producten met geografisch erkende herkomsten zoals Comté kaas (Frankrijk) en Parma ham (Italië). In Nederland hebben we ook van deze producten, maar op exportterrein doen we hier weinig mee. Zo kennen we ‘Edam Holland’ en ‘Gouda Holland’ kaas (gemaakt van Nederlandse melk), maar hier wordt in de marketing nog weinig mee gedaan. 
Milieu, dierenwelzijn- en klimaateisen
De Europese Commissie stelt dat er geen concessies gedaan worden aan de EU-eisen op terreinen als milieu, klimaat en dierenwelzijn, en dat hier streng op gecontroleerd zal worden. De EU-wetgeving wordt door dit akkoord niet gewijzigd. In het bijzonder wordt nu de nadruk gelegd op klimaat, omdat de Braziliaanse president Bolsenaro een jaar geleden zei dat hij zich wil terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs, in navolging van Trump. In het akkoord staat dat de Mercosur-landen mee blijven doen aan het klimaatakkoord. Verder zegt de Europese Commissie dat er meer overleg over dierenwelzijn komt tussen de EU en Mercosur. Of dat ook betekent dat de Mercosur-landen de EU-wetgeving gaan overnemen, staat er nog niet bij.
Achtergronden
De Nederlandse land- en tuinbouw is sterk afhankelijk van internationale handel. We exporteerden in 2018 voor 100 miljard euro (92 miljard plus 8 miljard aan machines/kassen/stallen etc) en importeerden voor 63 miljard euro. Een handelsoverschot derhalve van 29 miljard euro en 37 miljard inclusief mechanisatie en bouw. Zo’n 20% van de export gaat naar landen buiten de Europese Unie.
Voor producten als groenten en fruit, vleesproducten, sierteelt, aardappelen, suiker en zaden/pootgoed is de toegang tot exportmarkten van groot belang. In veel sectoren bestaan van iedere vijf boeren en tuinders er 3 of 4 bij de gratie van die export. Van hen vaak één of meer dankzij de export naar landen buiten de EU.
Om die reden is LTO in beginsel positief over handelsverdragen omdat we in de huidige situatie groot belang hebben bij toegang tot kwaliteitsmarkten. LTO vindt wel dat importproducten moeten voldoen aan EU-kwaliteitsstandaarden, zoals voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en diergeneesmiddelen, en bescherming van dierenwelzijn, milieu en klimaat. Er zijn ook verschillen tussen landen als het gaat om gebruik van diermelen in veevoer en dus is er vaak geen gelijk speelveld. Dat geldt ook voor een uiteindelijk EU-verdrag met de Mercosur-landen. Als er gerede twijfels zijn moet de Europese markt tegen import beschermd worden. Dat kan door beperkte importcontingenten. Er is dan geen sprake van vrijhandel; de import blijft beperkt en daarmee een mate van bescherming. Bovendien moet de EU import uit een land of regio tijdelijk stilleggen als er ernstige twijfels zijn over productveiligheid (residuen van in Europa niet toegelaten middelen) of aanwezigheid van besmettelijke planten- en dierziekten. Dit is zo afgesproken in de WTO (Wereldhandelsorganisatie).
Procedures en cijfers
De Europese Commissie (DG Trade) heeft het mandaat om namens de 28 EU-lidstaten te onderhandelen. De EU heeft al ruim 40 handelsverdragen en er lopen onderhandelingen met een aantal landen, zoals Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay), Indonesië en de VS (hier wil de EU landbouw uitzonderen). De afgelopen jaren zijn handelsverdragen met Japan, Mexico, Canada en Vietnam van kracht geworden. Vooral de akkoorden met Japan, Vietnam en Mexico zijn gunstig voor de Nederlandse land- en tuinbouw.
De procedure is als volgt:
-            De Europese handelsministers en het Europees Parlement stellen het onderhandelingsmandaat vast
-            De Europese Commissie (DG TRADE) onderhandelt over een principe-akkoord. In het geval van Mercosur lopen er al 20 jaar onderhandelingen.
-            De Europese Commissaris voor handel legt regelmatig verantwoording af aan de lidstaten en het Europees Parlement
-            Als er een principe-akkoord bereikt is, moet dat eerst door de juridische molen. Vervolgens moeten de lidstaten (de handelsministers) en Europees Parlement er over stemmen.
-            In sommige gevallen (als investeringen onderdeel zijn van het akkoord) moeten de parlementen van de EU-lidstaten (in Duitsland en België regionaal) ieder apart ook instemmen. Dit kan lange tijd in beslag nemen.
In handelsverdragen is er vaak sprake van ‘offensieve’ en ‘defensieve’ belangen. In het geval van Mercosur dreigen er problemen voor met name de pluimveehouderij, de eiersector, de vleesveehouderij en suiker. Deze sectoren kunnen op kostprijs niet meekomen met de grootschaligheid en lage lonen van bijvoorbeeld Brazilië. De Europese Commissie is hier mede door inbreng van LTO goed van op de hoogte.
In een gebalanceerd handelsakkoord is er een evenwicht tussen de verschillende belangen. Het kan niet zo zijn dat de landbouwbelangen worden uitgeruild tegen die van de automobiel-, chemische en farmaceutische industrie.
Belangrijk zijn niet alleen de exportvolumes maar vooral ook de eisen die landen stellen. Tijdens onderhandelingen hoor je vaak alleen over de tonnen, maar in de praktijk zijn fytosanitaire en veterinaire eisen (“SPS”, sanitary and phytosanitary standards) veel belangrijker. Daarnaast zijn private kwaliteitseisen, zoals rasvoorkeur, smaak etc natuurlijk belangrijk.
Cijfers over Nederlandse export/import en specifiek de handel met Mercosur-landen (bronnen: CBS, Eurostat, WUR/Agrimatie, sectororganisaties):
-                      Vlees totaal: Nederlandse exportwaarde € 9 miljard per jaar, importwaarde € 5 miljard per jaar
-                      Rundvlees totaal: Nederlandse exportwaarde € 2,5 miljard per jaar, import € 1,7 miljard per jaar. Nederland importeert vooral rundvlees uit 1) Duitsland 2) België 3) Ierland (Greenfields, Albert Heijn, € 166 miljoen), 4) Uruguay (€ 111 miljoen) 5) Argentinië (€90 miljoen) 6) Australië (€ 60 miljoen).
-                      Pluimvee: de Nederlandse pluimveevleesproductie is 1,1 miljoen ton per jaar, de Nederlandse import bedraagt 830.000 ton, totale export omvat 1,7 miljoen ton. Ter vergelijking: Brazilië exporteert nu al 300.000 ton pluimveevlees naar de EU. De totale EU-productie bedraagt ongeveer 15 miljoen ton. Van de totale export van Nederlandse consumptie-eieren ging in 2018 bijna 95% naar EU-landen, vooral Duitsland.
-                      Varkensvlees totaal: Nederlandse export is ruim 900.000 ton per jaar, waarvan 215.000 ton naar landen buiten de EU, met name China/Hong Kong. Er is vrijwel geen export naar de Mercosur-landen, de EU geeft Mercosur op dit moment een exportcontingent van 12.250 ton. Varkensvlees is voor Mercosur geen prioriteit.
-                      Zuivel: Nederland exporteerde in 2018 voor 35 miljoen euro naar de vier Mercosur-landen, waarvan 1.700 ton kaas.
-                      Akkerbouw: Nederland exporteerde in 2018 2.757 ton aardappelpootgoed naar Brazilië en 1.043 ton pootgoed naar Uruguay (van de in totaal 700.000 ton die we jaarlijks exporteren). Nederland produceerde in 2018 1,2 miljoen ton suiker, de EU in totaal ongeveer 18 miljoen ton, waarvan 2 miljoen ton wordt geëxporteerd. De Nederlandse totale exportwaarde bedroeg in 2018 1,6 miljard euro, waarvan 0,3 miljard afkomstig uit import. De totale importwaarde bedroeg 0,9 miljard euro.
-                      Sierteeltproducten: Nederland exporteerde in 2018 voor 21 miljoen euro aan sierteeltproducten naar de Mercosur (waarvan voor 7 miljoen aan bloembollen) en importeerde voor 5,7 miljoen euro uit de vier landen. Het gaat bij de import met name om Brazilië en de amaryllisbollen die er geteeld worden.
-                      Paddestoelen: de EU exporteerde in 2018 765 ton paddestoelen-in-blik naar de Mercosur-landen. Nederland is in de EU verreweg de grootste exporteur van dit product
-                      Veevoer. In internationale afspraken (WTO) is al vastgelegd dat de invoer van eiwitrijke gewassen (onder andere soja en maisglutenvoermeel) niet belast wordt met importheffingen. In 2018 importeerde Nederland voor 28 miljoen ton aan sojaschroot uit de Mercosur-landen, waarvan 22 miljoen ton uit Brazilië en de rest uit Argentinië. Er werd ook voor 640.000 ton aan maïs geïmporteerd uit Brazilië. Een groot deel van deze import is bestemd voor re-export. In euro’s uitgedrukt: in 2018 importeerde Nederland voor 3 miljard euro aan sojaschroot, zonnebloempitten en resten uit voedselindustrie. De exportwaarde bedroeg 4,5 miljard, waarvan 1,4 miljard euro afkomstig uit importproducten. Van de export was 51% bestemd voor Duitsland en België. Dit betreft niet alleen landbouw, maar voor een flink deel ook honden- en kattenvoer.
Sectoren als de tuinbouw, zuivel en veredeling (uitgangsmateriaal) zien exportkansen in de Mercosur-landen. Er dient dus ook op gelet te worden dat die belangen óók onderdeel zijn van een handelsdeal. Voorbeeld: Uruguay en Argentinië hebben in de onderhandelingen toegang van Europese zuivel geblokkeerd. Maar ondertussen exporteren deze landen wel vlees naar Europa.
De Europese Commissie heeft factsheets over de Mercosur-onderhandelingen:
 
 
Klaas Johan Osinga

02 juli 2019

BRON:
LTO Nederland
Naar boven