De Melkveewet

De Melkveewet komt er aan. Een belangrijke wet die gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering van veel melkveehouders. Wij informeren u graag over de inhoud van de wet.

Wat is de melkveewet?
Op 1 april 2015 vervallen de Europese melkquota. Met het wetsvoorstel ‘Verantwoorde groei melkveehouderij’ wil het kabinet ruimte geven voor de economische ontwikkeling van de melkveehouderij. Het wetsvoorstel moet borgen dat groei van de melkveehouderij plaatsvindt binnen de milieurandvoorwaarden.

Het invoeren van de melkveewet is onderdeel van de voorwaarden die ‘Brussel’ heeft gesteld aan de Nederlandse derogatie. Om aan die voorwaarden te voldoen, moet het wetvoorstel 1 januari 2015 in werking treden.
Op 1 juli jl. is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Op 6 november heeft een ‘ronde tafel gesprek’ plaatsgevonden in de Kamer. Op 12 november is de wet behandeld en aangenomen in de Tweede Kamer. Op 15 en 16 december heeft de Eerste Kamer over de Melkveewet gesproken. De wet is vervolgens ook door de Eerste Kamer aangenomen. Daarmee blijft de derogatie behouden, waardoor Nederlandse veehouders de Europese bemestingsnormen soepeler mogen toepassen.
De zuivelsector is voorstander van een verantwoorde groei met behoud van grondgebondenheid, weidegang en binnen de gestelde milieurandvoorwaarden. Groei door middel van alleen de mogelijkheid van  mestverwerking moet daarbij beperkt worden. Staatssecretaris Dijksma wil dit voor 1 maart 2015 regelen via een zogenoemde algemene maatregel van bestuur.
Ondertussen neemt de sector haar eigen verantwoordelijkheid. Zuivelondernemingen nemen private maatregelen, zoals de verplichte invoering van de Kringloopwijzer voor melkveebedrijven met een fosfaatoverschot.

Waarom aanscherping van de wet?
In de melkveewet staat dat er in totaal voor de hele agrarische  sector 173 miljoen kg fosfaat geproduceerd mag worden. De sector hanteert een eigen fosfaatplafond om zo ook haar eigen verantwoordelijkheid tot uitdrukking te brengen.

In het zuivelplan van december 2013 hebben LTO Nederland en de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) onder meer afgesproken dat door te sturen op minder fosfaat in het veevoer (voerspoor) de fosfaatproductie per bedrijf daalt. Daarnaast is het gebruik van de kringloopwijzer voor ‘overschotbedrijven’ per januari 2015 verplicht en stimuleren we voor andere bedrijven het vrijwillig gebruik van de kringloopwijzer.

De kringloopwijzer is een managementtool voor de ondernemer om zijn voerefficiëntie te verbeteren. Naar verwachting kunnen veel ondernemers hun forfaitaire fosfaatproductie aanzienlijk naar beneden brengen (en daarmee ruimte creëren voor bedrijfsontwikkeling) door met de kringloopwijzer en met lagere fosfaatgehaltes in het voer, de efficiëntie te verbeteren.

Samenwerking LTO en NZO
LTO Nederland werkt samen met de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) in het samenwerkingsverband Duurzame Zuivelketen. LTO streeft er op die manier naar om de Nederlandse zuivelsector wereldwijd koploper te maken op het gebied van duurzaamheid.

Eind 2013 hebben LTO en NZO gezamenlijk de visie ‘Verantwoorde ontwikkeling Melkveehouderij’ gepresenteerd. Doel van de visie is om de melkveehouderij binnen milieurandvoorwaarden te laten ontwikkelen. In lijn met de  visie trekken LTO en NZO ook gezamenlijk op in de discussie over de melkveewet.

Infographic knip.JPG

Alle informatie over de Melkveewet en de inzet van LTO Noord, vindt u hier.

19 januari 2015

BRON:

Video

Efficiency met de Kringloopwijzer

maandag 19 januari 2015 –
Naar boven