Ruimtelijke ordening

Nederland bij uitstek een agrarisch land

Nederland wordt met 16,5 miljoen inwoners op een landoppervlak van 3,4 miljoen ha vaak gezien als een verstedelijkt land met weinig open landelijk gebied, waarin de land- en tuinbouw steeds stappen terug moet doen.
De werkelijkheid is genuanceerder. Ruim 2,3 miljoen ha wordt gebruikt als landbouwgrond. Dat is bijna 70 procent van het totaal landoppervlak. 73.000 Boeren en tuinders beheren dit stuk Nederland. De rest van ons land wordt gebruikt voor wonen, wegen, industrie, recreatie en natuur.

Na de ontginningen en inpolderingen tot en met de zestiger jaren is het areaal landbouwgrond wel telkens iets afgenomen. Nieuwe woonwijken, wegen, industrie en nieuwe natuur vragen meer ruimte. In de afgelopen veertig jaar groeide ons stedelijk oppervlak met 60 procent.

Het aantal boeren en tuinders daalt echter relatief veel sneller dan het areaal landbouwgrond. De land- en tuinbouw heeft in de afgelopen decennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. In 1970 waren er nog 178.000 agrarische bedrijven. Dit betekent dat de boerenbedrijven steeds groter worden. In 2008 had 15 procent van de boerenbedrijven meer dan 50 hectare landbouwgrond. In 1995 was dit nog 6 procent. Het bruto saldo (uitgedrukt in nge) van een gemiddeld boerenbedrijf is in deze periode met 40 procent toegenomen.

De economische betekenis van de agro-sector voor ons land is eveneens groot. De agro-sector zorgt in toaal 660.000 arbeidsplaatsen. De sector is zeer internationaal georiënteerd. Een kwart van onze economie heeft een duidelijke relatie met de agrarische sector. Nederland is dus eigenlijk bij uitstek een agrarisch land. 

Ruimte voor ontwikkeling
Er is bijna geen economische sector waarvan het werk voor iedereen zo zichtbaar is als dat van boeren en tuinders. Zij zijn het die van oudsher door hun werk ons cultuurlandschap hebben gemaakt zoals het nu is. Veel mensen hebben daarover een gevoel en een opvatting. Logisch, het landelijk gebied is van ons allemaal. Het is een deel van onze nationale identiteit.
Met de fraaie kenmerken van bijvoorbeeld besloten coulissenlandschappen of open polders en met landgoederen die herinneren aan een rijke historie. En met, toegegeven, helaas ook minder geslaagde ontwikkelingen die vragen om aangepakt te worden.

Boeren en tuinders staan voor grote uitdagingen: ze moeten inspelen op grote en steeds snellere veranderingen in de internationale marktverhoudingen en de opvattingen die in de samenleving leven. Concurrerend, maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen zijn de sleutelbegrippen. Zeer belangrijk is de hervorming van het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB).
De prijzen van agrarische producten zullen sterker gaan fluctueren. Verschuivingen in gewassen en producten zijn waarschijnlijk. Tegelijk zullen de eisen die aan de productie worden gesteld hoog zijn: goed voor mens, dieren, milieu en omgeving.

Daarnaast neemt de betekenis van het landelijk gebied voor de stad toe. Veel mensen vinden vermaak, beleving van natuur en rust in het landelijk gebied. Ook neemt het besef toe dat belangrijke cultuurhistorische- en natuurlijke waarden van het landelijk gebied niet vanzelfsprekend blijven bestaan. Boeren en tuinders investeren fors in deze ontwikkelingen om ‘in business’ te kunnen blijven.

Een en ander vertaalt zich in ruimtelijke ontwikkeling. Iedere ondernemer doet dat verschillend, vanuit zijn eigen interesses en mogelijkheden. Wel zijn er algemene trends te benoemen zoals de toenemende schaalvergroting en steeds meer ondernemers, die hun bedrijf verbreden met recreatie, zorg en beheer van natuur en landschap. Daarvoor zijn investeringen nodig in bijvoorbeeld nieuwe en grotere gebouwen voor opslag, voor meer dieren enzovoorts.

Ook het gebruik van de grond en de infrastructuur veranderen. Ondernemers vragen daarvoor letterlijk en met recht en rede de ruimte. Ruimte die in plannen en in regelgeving zit besloten en die soms bedrijfsontwikkeling juist belemmert. Die ruimte kan ook vaak beter worden ingevuld. LTO Nederland wil belangen verbinden en zoekt samenwerking met anderen. Vanuit die overtuiging biedt LTO agrarische ondernemers betere kansen en meer ruimte voor de ontwikkeling van hun bedrijven.

Portefeuille Ruimtelijke Ordening
De commissie Ruimtelijke Ordeningen van LTO rekent een breed scala aan onderwerpen tot de portefeuille: nationale ruimtelijke beleidskaders zoals de Nota Ruimte, Ruimte voor de Rivier, etc; Natuurbeleid waaronder agrarische natuurbeheer, de EHS en Natura 2000; flora en faunazaken; recreatie; pacht; schaderegelingen bij aanleg van leidingen en dergelijke, alsook landbouwverkeerszaken. De commissie onderhoudt daarvoor een uitgebreid nationaal en internationaal netwerk, waarbij zwaartepunten liggen in de werelden van overheid, politiek, onderzoek en maatschappelijke organisaties.

Voor meer informatie kijk ook op:
LTO Noord (Ruimtelijke Ordening)

03 juni 2010

BRON:
Naar boven