Duurzamer werken voorwaarde voor voortbestaan agrarisch bedrijf

Drie van de vier agrarische ondernemers vinden duurzamer produceren een voorwaarde voor het voortbestaan van hun bedrijf. Met de agrosector vormen land- en tuinbouw een belangrijke pijler onder de nationale economie, maar het kabinet heeft daar de afgelopen jaren in het regeringsbeleid niet naar gehandeld.

 

Dit zijn enkele resultaten van een enquête, die de afgelopen weken is gehouden onder leden van LTO Noord (Zwolle), ZLTO (Den Bosch) en LLTB (Roermond). Aanleiding voor dit ledenonderzoek is het verkiezingsmanifest De Nederlandse land en tuinbouw Dichtbij’, dat LTO Nederland vandaag met het oog op Tweede Kamerverkiezingen heeft gepresenteerd op een akkerbouwbedrijf in Zwanenburg.

 

Van de inzenders van de enquête vindt 92%, dat het kabinet niet handelt naar het economisch belang van de agrosector. Negen van de tien deelnemers aan de enquête zijn voorts van mening dat kabinet en Tweede Kamer zich onvoldoende inzetten om de verschillen in regelgeving voor boeren en tuinders hier en elders in Europa te verkleinen of weg te nemen.

 

Een grote meerderheid van boeren en tuinders (71%) is van mening, dat het beleid voor land- en tuinbouw niet bij het ministerie van Economische Zaken hoort, maar bij een (nieuw) ministerie van Voedsel en Platteland. En 82% van de deelnemers vindt het onterecht, dat boeren en tuinders een belangrijk deel van de keuringskosten van de NVWA meebetalen.

 

Duurzamer produceren leidt tot extra inspanningen en investeringen en volgens de meeste ondernemers (59%) is het aan boeren en tuinders zelf om er voor te zorgen dat die extra kosten ook worden vergoed. Investeren in duurzame energie (zonnepanelen, mestvergisting, winmolens e.d.) is niet vanzelfsprekend: op de stelling om de komende vier jaar minstens 20% van het bedrijfsresultaat daar in te investeren, reageerde 79% met ‘oneens’.

 

Zie ook LTO wil nieuw Ministerie van Voedsel, Natuur en Platteland

09 september 2016

BRON:
Naar boven