Kalverhouderij

Nederland telt 1.500 vleeskalverhouderijbedrijven, met in totaal zo’n 900.000 dieren. Veelal gezinsbedrijven, waarbij per onderneming gemiddeld 600 dieren worden gehouden. De omvang varieert van 100 tot 3.000 kalveren. De kalveren worden op een leeftijd van acht maanden geslacht. De sector vertegenwoordigt een omzet van twee miljard euro en kent twee soorten vlees: rosé kalfsvlees (300.000 dieren) en blank kalfsvlees (600.000 dieren). Belangrijke afnemers zijn Italië en Frankrijk, maar in toenemende mate ook Azië en Amerika. De productie concentreert zich rond de Veluwe. Daar zijn ook de meeste aanverwante bedrijven te vinden (melkpoederproducenten, slachterijen, stalinrichters). Veel vleeskalverhouderijen produceren op contractbasis en maken onderdeel uit van een integratie. De sector kent een intensieve kwaliteitscontrole (SKV, Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalveren) en 98 procent van de kalveren wordt onder deze controle gehouden. De afgelopen decennia heeft de sector grote stappen gezet in belangrijke dossiers zoals groepshuisvesting, centrale mestverwerking en bestrijding van bloedarmoede. Ook is het gebruik van hormonen uitgebannen en is het dierwelzijn tijdens transport verbeterd. In de nabije toekomst wil de sector onder meer het gebruik van antibiotica nog verder verlagen en dierwelzijn en -gezondheid verbeteren (door onder meer de ziektes BVD en IBR aan te pakken).

 

 

22 januari 2018

BRON:


Naar boven