Melkveehouderij

LTO Nederland is de grootste ondernemersorganisatie in de melkveehouderij, negenenzestig procent van de Nederlandse melkplas wordt geproduceerd door leden van LTO. De vakgroep LTO Melkveehouderij werkt aan een gezond ondernemersklimaat en verbetering van de maatschappelijke waardering voor de melkveehouderij. 
Door samenwerken, innoveren en communiceren kunnen ondernemers hun positie versterken. De vakgroep LTO Melkveehouderij ondersteunt kennisoverdracht via ondernemersnetwerken en werkt nauw samen met kennisinstellingen.

Samen met ketenpartijen en maatschappelijke organisaties werkt LTO aan het versterken van ondernemerschap en ruimte om te ondernemen om zo de marktpositie van ondernemers te verstevigen. LTO zoekt de dialoog met nationale, provinciale en lokale overheden om ondernemerschap en ontwikkeling van bedrijven mogelijk te maken.

Op 18 mei 2011 heeft de vakgroep LTO Melkveehouderij haar toekomstvisie ‘Midden in de Maatschappij’ gepresenteerd in hartje Amsterdam. Het persbericht kreeg de title: Dynamiek en vernieuwing centraal in toekomstvisie LTO Melkveehouderij: Koeienboer wil midden in de maatschappij staan”.

Koeien houden is veel meer dan melk produceren. Over tien jaar zijn er evenveel melkkoeien in Nederland, maar op veel minder bedrijven. De boeren staan met hun bedrijven veel dichter bij de samenleving. Ze zijn met de activiteiten op hun bedrijf tevens architect van de groene ruimte, energieproducent en gebruiken steeds minder kunstmest. Ze maken werk van duurzaamheid en zijn zuinig op beeldvorming: ‘De uitdaging is markt en maatschappij zo te verbinden dat de melkveehouderij haar positieve imago behoudt ondanks dat bedrijfsontwikkeling doorzet’, zegt voorzitter Kees Romijn van de vakgroep LTO Melkveehouderij. 



Niet voor niets werd die toekomstvisie gepresenteerd in hartje Amsterdam. Bij de Stopera overhandigde LTO het eerste exemplaar van de visie aan staatssecretaris Joop Atsma (Infrastructuur en Milieu). Ook Maarten van Poelgeest, die als wethouder van Amsterdam het gezelschap ontving, kreeg de visie aangeboden. 

Romijn is ervan overtuigd dat de melkveehouderij in ons land (ca. 17.000 bedrijven) alles in huis heeft om de komende tien jaar toe te werken naar een duurzame sector, die hoog wordt gewaardeerd door de samenleving. ‘De blik van de maatschappij op onze sector is vaak een voorbode van vragen vanuit de markt’, staat in het voorwoord van de toekomstvisie. 



Eigen keuzes
Die visie bevat geen vaste routes naar de toekomst. Er staan wel ontwikkelingen en richtingen in, die de kansen en risico’s aangeven voor ondernemers. Maar het zijn vooral de ondernemers zelf die voor allerlei keuzes staan op het eigen bedrijf, in ketenverband en met hun eigen omgeving. Weidegang, natuur- en landschapsbeheer, duurzame energie, diergezondheid, verkaveling en milieuprestaties, het zijn de individuele ondernemers, die hun eigen keuzes maken met als doel een gezond bedrijf met toekomst, vrijwillig maar niet vrijblijvend. 



De boer moet verder kijken dan de grenzen van het eigen bedrijf, stelt Romijn. Hij wil af van de discussie over het mestoverschot: ‘We richten ons vooral op de verwerking van mest tot waardevolle producten en het sluiten van de kringloop met mineralen.’ Dat geldt wat hem betreft ook voor bedrijfsomvang. Boeren die meer dan tweehonderd melkkoeien willen houden, kunnen te maken krijgen met aanvullende eisen (milieu, grond) in de vereiste vergunning. Ook niet alle locaties zijn geschikt om intensief te produceren. Romijn: ‘Niet alles wat kan is ook wenselijk en duurzaam.’ 



Bedrijfsontwikkeling
Uit de visie komt het beeld naar voren van een sector die een nieuwe periode inluidt van dynamiek en innovatie, waaruit volop impulsen volgen voor bedrijfsontwikkeling. Onderzoek en vernieuwing gaan hand in hand: met projecten als Courage, Duurzame Zuivelketen, en Koeien en Kansen wordt aan de toekomst gewerkt. Streven is een melkveehouderij in 2020, die economisch rendabel, veilig voor de consument, en diervriendelijk produceert met een zo laag mogelijke belasting van natuur en milieu. Dit kan alleen duurzaam met veilige producten, gezond vee en door de omgeving gewenste diensten. 



De visie van de melkveehouders is in vijf hoofdstukken uitgewerkt. De hoofdlijnen ervan zijn onder meer verder terugdringen van milieubelasting en bijdrage aan CO2-binding, een beeldbepalende rol voor de inrichting van de groene ruimte en het beheer van natuur en landschap. Voorts blijft de sector alert op ontstaan van nieuwe zoönosen (dierziekte die ook mensen kan besmetten) en de bestrijding van andere dierziektes. Boeren stemmen hun bedrijfsvoering af op de zuivelmarkt en leren van elkaar in ondernemersnetwerken. 



Twee jaar ouder 

En wat de huisvesting betreft worden ontwerpen gemaakt, zodat niet de koe zich hoeft aan te passen, maar systemen worden aangepast aan de koe. Wat de vakgroep van LTO Nederland betreft, worden in 2020 de koeien op het bedrijf gemiddeld twee jaar ouder dan nu. En over tien jaar lopen nog steeds drie van de vier koeien ’gewoon’ buiten in de wei.

Toekomstvisie “Melkveehouderij: Midden in de Maatschappij 

Toekomstvisie Melkveehouderij voorblad


LTO melkmarktbericht 8 januari 2014
Voorbeeld familiebedrijf
Zie ook:

Thumbnail videoblog Kees Romijn 0002.jpg                   Thumbnail videoblog Jeanet Brandsma 0001.jpg
Videoblog Kees Romijn:                     Videoblog Melkveehouder
Optimaliseren en naar                        Jeanet Brandsma
buiten kijken

10 juni 2007

BRON:
LTO Nederland


Naar boven