Vollegrondsgroententeelt

Nederland telt ongeveer 25.000 hectare vollegrondsgroenten. Belangrijke gewassen zijn aardbei, asperges, bloemkool, prei, sla, sluitkool en spruiten. Het zijn teelten in de open grond, zonder bescherming van bijvoorbeeld een kas.

Bijna zestig procent van het areaal wordt geteeld door ongeveer 2.700 gespecialiseerde bedrijven. Een andere deel van de productie vindt plaats op akkerbouwbedrijven. Belangrijke teeltgebieden zijn Noord-Brabant, Limburg, Noord- en Zuid-Holland en Flevoland. Zestig procent van de producten wordt geëxporteerd, voornamelijk naar landen binnen de Europese Unie: Duitsland en Groot-Brittannië zijn grote afzetmarkten. Internationaal zijn België, Frankrijk en Spanje belangrijke concurrenten, naast de lokale productie in de exportlanden zelf.

Met behulp van rassenkeuze en teeltondersteunende voorzieningen kunnen teelten vervroegd dan wel verlaat worden; dat gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Dit zorgt voor meer concurrentie. De sector heeft te maken met scherpere normen voor bemesting en gewasbescherming. Dat staat soms op gespannen voet met de vraag naar een kwalitatief goed product.

Andere belangrijke onderwerpen voor de sector zijn klimaatverandering, (onvoorziene) marktontwikkelingen (EHEC, boycot Rusland) en het faunabeleid. Dat faunabeleid is een taak van de provincies, waarbij de belangen van de vollegrondsgroententelers steeds vaker uit het oog worden verloren. Wild berokkent steeds vaker schade aan gewassen, alle maatregelen door de telers zelf (folie ed) ten spijt.

01 augustus 2007

BRON:


Naar boven