Plantaardige sectoren positief over beweging in gewasbeschermingsdossier

LTO Nederland, Greenport Holland (GPH) en Brancheorganisatie Akkerbouw (BOA) zijn positief over het feit dat het ministerie van Economische Zaken (EZ) nu nieuwe stappen zet op het gebied van gewasbescherming. In een brief aan de Tweede Kamer laat EZ weten het middelenpakket verder te  willen vergroenen. Ook werkt EZ aan een aanpassing van de toelatingsmethode van gewasbeschermingsmiddelen voor de zogeheten ‘kleine toepassingen’. Met name in de teelt van bollen en bomen kan nu vooruitgang worden geboekt met een effectievere gewasbescherming en vergroening van het middelenpakket. Voor kleine toepassingen in andere open teelten, sierteelt onder glas en biologische teelten zijn volgens LTO, GPH en BOA meer stappen nodig. Al met al moet er nog veel gebeuren om structureel voldoende (groene) gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar te krijgen.

 

In november kaartten LTO, GPH en BOA in een brandbrief aan EZ al de elf meest acute knelpunten in de gewasbescherming aan. Veel teelten in Nederland zijn kleinschalig van karakter in vergelijking met grote gewassen als tarwe, suikerbieten en aardappelen en die kleinschaligheid levert problemen op bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor onder meer bloembollen, bomen, vaste planten, glastuinbouw en graszaad. Voor nieuwe toelatingen moet nu een (kostbare) procedure worden doorlopen. In kleine teelten staat deze investering vaak niet in verhouding tot de beperkte toepassing. Innovatie in het middelenpakket blijft daardoor in kleine teelten vaak achter, terwijl bestaande middelen versneld wegvallen.

 

LTO, GPH en BOA hebben afgelopen tijd EZ en NVWA aangespoord tot oplossingen. Dat heeft geleid tot de volgende maatregelen:

        Er wordt in Europa gewerkt aan een lijst met kleine teelten. Naar verwachting zullen voor Nederland belangrijke teelten zoals bloembollen, bomen en vaste planten en sierteelt onder glas als kleine teelt worden aangemerkt;

        Nederland gaat werken met zogeheten ‘gewasgroepen’: middelen worden dan niet meer toegelaten voor de teelt van bijvoorbeeld dahlia maar op het niveau van ‘zomerbloeiende bol- en knolgewassen’. Daarmee zijn vele onderliggende teelten gedekt;

        Fabrikanten kunnen een aanvraag indienen voor kleine gewasgroepen, zonder de verplichting om voor andere gewasgroepen onderzoek te doen; 

        Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) telt voortaan mee  in het beoordelen van aanvragen voor vrijstellingen.

 

Voor kleine teelten wil Nederland overigens een grens blijven hanteren van respectievelijk 5.000 hectare bij open teelten en 1.000 hectare bij bedekte teelten. LTO, GPH en BOA ijveren al geruime tijd voor het loslaten van deze grenzen. Want nu blijft het probleem van een (te) klein middelenpakket bestaan, bijvoorbeeld in de sierteelt onder glas en in de teelt van graszaad en peulvruchten. 

 

LTO, GPH en BOA zien de brief van EZ als een eerste stap naar een effectief pakket aan gewasbeschermingsmiddelen. De urgentie in de land- en tuinbouw is onverminderd hoog; de organisaties gaan er dan ook van uit dat de genoemde oplossingen voortvarend en in goed overleg met de sector worden doorgevoerd. Daarnaast blijven de organisaties met EZ in gesprek om ook voor nog openstaande knelpunten een passend antwoord te vinden.

11 juli 2017

BRON:
Annemarie Breukers, Johan Boonen
Naar boven