Geitenbokjes krijgen beter leven

Kern van het plan is een beter leven voor de bokjes die voor de fokkerij niet nodig zijn. In het plan is onder meer de doelstelling opgenomen dat het gemiddelde sterftecijfer gaat dalen (9,3%), dat de melkgeitenhouder langer verantwoordelijk is voor de zorg van de bokjes en dat het welzijn van de dieren in het kwaliteitssysteem voor melkgeiten (KwaliGeit) wordt opgenomen.

De melkgeitensector telt ongeveer 365 bedrijven en circa 350.000 melkgeiten. Het welzijn van de bokjes is een onderwerp dat al langer de aandacht heeft. Een aantal jaren geleden gingen geitenbokjes hoofdzakelijk levend op transport naar de zuidelijke lidstaten om daar geslacht en geconsumeerd te worden. Vanwege de onwenselijkheid van lange-afstandstransporten zijn drie afzetkanalen van jonge geitenbokjes ontwikkeld: afmesten in Nederland op gespecialiseerde bedrijven (10-15 bedrijven),  afmesten op het melkgeitenbedrijf zelf of de bokjes bestemmen voor de petfood-industrie (diervoeding.) “Aan het houden van melkgeiten, en dus het leveren van melk, is onlosmakelijk verbonden dat de melkgeitenhouder goed zorgt voor alle geiten en zorgt dat de bokjes een nuttige bestemming krijgen”, zegt voorzitter Jos Tolboom van de LTO vakgroep. 

Doelstelling
Het plan van aanpak heeft als doelstelling om het welzijn van alle geitenlammeren naar een hoger niveau te brengen. Dat wordt uitgedrukt in een maximum aan het uitvalspercentage. “Wij willen het sterftepercentage terugbrengen. De bovengrens van de huidige sterfte op de 70% best presterende  melkleverende bedrijven wordt de norm en die ligt op maximaal 9,3% in 2020”, zegt Tolboom.
De gemiddelde sterfte binnen 6 maanden na geboorte of aanvoer is nu 7,7% voor geoormerkte lammeren op bedrijven met meer dan 200 dieren. Bij melkleverende bedrijven is dit 6,7%, op opfokbedrijven 8,4% en op afmestbedrijven 24,3%. “Dat willen we lager hebben”, aldus Tolboom. “En als de geitenhouder te hoog zit, moet hij samen met zijn dierenarts een plan van aanpak maken en uitvoeren.”

Geitenzuivel
De duurzame geitenzuivelketen streeft naar een toekomstbestendige en verantwoorde manier van voedselproductie. ”Een van de aspecten hiervan is dat er met respect wordt omgegaan met dieren”, zegt voorzitter Nico Verduin van NGZO. “Wat ons betreft worden de geitenbokjes bij voorkeur op het eigen bedrijf of via een 1 op 1 relatie afgemest en daarna geslacht voor consumptie. Geitenbokjes die niet op het eigen bedrijf worden afgemest dienen een vergelijkbaar diergezondheids- en dierenwelzijnsniveau te hebben. Dit borgen we met dit plan van aanpak.”

Uitgangspunten
NGZO en LTO Nederland hebben voor het plan van aanpak vier uitgangspunten.
• Aan het houden van melkgeiten (en dus het leveren van melk) is onlosmakelijk verbonden dat de melkgeitenhouder goed zorgt voor alle aanwezige geiten op het bedrijf en zorgt dat deze dieren bij afvoer een nuttige bestemming krijgen. De melkgeitenhouder is verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de uitval tot een leeftijd van 21 dagen van alle lammeren.
• Binnen het plan van aanpak moeten geitenhouders voor de afzet van hun bokje in principe de keuze kunnen blijven maken voor zelf afmesten, naar bokkenmesterij of pet food of nieuwe afzetkanalen.
• Het sterftepercentage op melkleverende- en opfokbedrijven moet haalbaar zijn voor gespecialiseerde afmestbedrijven.
• Het plan van aanpak wordt ingebed in het kwaliteitssysteem KwaliGeit van de sector. In het KwaliGeit-protocol worden eisen gesteld aan diergezondheid en –welzijn. Het plan van aanpak welzijn geitenbokjes wordt toegevoegd aan het KwaliGeit-protocol. 

17 november 2017

BRON:
Naar boven