PAS niet langer toestemmingsbasis ontwikkelingsruimte

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) mag niet als basis voor toestemming voor activiteiten worden gebruikt, zoals de ontwikkeling van veehouderijbedrijven. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (29 mei 2019). LTO Nederland en POV zijn verrast, omdat het Europees Hof meer ruimte leek te bieden dan de Raad van State in de uitspraak heeft genomen.
Al verleende vergunningen gerespecteerd
Elke toename van ammoniakemissie is volgens de Raad van State vergunningplichtig. Vergunningen die al definitief zijn en die dus niet meer bij de rechter kunnen worden aangevochten blijven gewoon gelden, aldus de Raad van State. Dat geldt helaas niet voor de PAS-meldingen. LTO Nederland en POV zijn daarover zeer teleurgesteld. LTO Nederland en POV zullen er voor waken dat de onherroepelijke vergunningen worden gerespecteerd.
Vergaande gevolgen
Het is duidelijk dat de deze uitspraak over het Programma Aanpak Stikstof vergaande gevolgen heeft. Eerdere afspraken over het PAS zullen tegen het licht moeten worden gehouden. Met het wegvallen van de PAS moet er een alternatieve onderbouwing van ontwikkelingsvergunningen worden gevonden. LTO Nederland en POV veronderstellen dat daarmee het vergunningsregime van de periode voor de ingang van het PAS op 1 juli 2015 weer van toepassing is.  
Bemesting en beweiding
De Raad van State heeft ook uitspraak gedaan over de vraag of het weiden van vee en het bemesten van grond ‘vergunningvrij‘ mochten worden gemaakt. De Raad van State heeft besloten dat dit niet mag, omdat volgens de bestuursrechter niet vooraf uitgesloten is dat zij natuurgebieden in de omgeving aantasten.
LTO Nederland en POV waarschuwen dat een vergunningsplicht voor individuele beweiding en bemesting nooit aan de orde kan zijn. Dit is onwerkbaar en zou volledig indruisen tegen duurzaamheidsdoelen. Het niet meer kunnen uitrijden van mest staat haaks op de kringloopgedachte. Daarnaast is weidegang een speerpunt van de melkveehouderij – een jarenlange afname is door de sector omgebogen naar het hoogste percentage ooit van bedrijven dat de koe in de wei liet grazen: 82% in 2018. De uitspraak van de Raad van State zou ertoe kunnen leiden dat boeren noodgedwongen meer koeien op stal houden.
Sector bevriest
De uitspraak is schrijnend voor de ongeveer 180 bedrijven die op dit moment een vergunning hebben aangevraagd voor ontwikkeling. Het is bovendien slecht nieuws voor de bedrijven die ontwikkelingsplannen hebben en daar ammoniakruimte voor nodig hebben, maar nog niet beschikken over een toereikende vergunning. LTO Nederland en POV maken zich zorgen over de gevolgen die dit voor de veehouderijsector kan hebben. Ook voor verduurzamingsmaatregelen is ontwikkelingsruimte nodig. Het zou dan ook problematisch zijn als de sector als gevolg van deze uitspraak bevriest.
 “Deze uitspraak is verassend en vergaand. We gaan ons best doen om zo snel mogelijk duidelijkheid te scheppen voor onze leden. Ik vind het erg belangrijk nieuws dat de Raad van State heeft besloten dat het intrekken van bestaande vergunningen niet aan de orde is. Echter, het is onwerkbaar en ondoenbaar om voor beweiden en bemesten telkens een natuurbeschermingsvergunning aan te vragen. We dringen aan op een collectieve voorziening, zodat we de koe in de wei kunnen houden”, aldus Trienke Elshof, portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving bij LTO Nederland.
LTO Nederland en POV gaan de uitspraken van de Raad van State nader bestuderen en zal de komende tijd met het ministerie van LNV, ketenpartijen en andere stakeholders kijken wat de consequenties zijn. De uitspraak van de Raad van State is via dit bericht toegankelijk. De Raad van State heeft ook een videotoelichting gemaakt.

29 mei 2019

BRON:
LTO Nederland en POV
Naar boven